Meaning of tie in Almaany English-Dutch Dictionary

  1. adjust a tie :
    een stropdas rechtschikken
  2. black tie :
    zwart strikje ; smoking
  3. bow tie :
    vlinderdas
  4. cup tie :
    bekerwedstrijd
  5. decachord:
    harpsoort met tie snaren
  6. old school tie :
    aangehouden contacten tussen schoolverlaters van speciale school
  7. railroad tie :
    spoorwegdwarsbalk , dwarsbalk van hout of beton waarop de spoorrails worden aangelegd
  8. tie down:
    iem . de handen binden
  9. tie in:
    in verbinding zijn met ; associeren , verbinden , relateren , verbinden
  10. tie one ' s tongue:
    iemand de mond snoeren

Synonyms and Antonymous of the word tie in Almaany dictionary

  • Synonyms of "black - tie "
    ( adj ) : semiformal , semi - formal , formal
  • Synonyms of "black tie "
    ( noun ) : dinner jacket , tux , tuxedo , formalwear , eveningwear , evening dress , evening clothes ; ( noun ) : bow tie
  • Synonyms of "bola tie "
    ( noun ) : bolo tie , bolo , bola , necktie , tie
  • Synonyms of "bolo tie "
    ( noun ) : bolo , bola tie , bola , necktie , tie
  • Synonyms of "bow tie "
    ( noun ) : necktie , tie
  • Synonyms of "cup tie "
    ( noun ) : game
  • Synonyms of "hog - tie "
    ( verb ) : tie down , tie up , bind , truss
  • Synonyms of "old school tie "
    ( noun ) : necktie , tie
  • Synonyms of "railroad tie "
    ( noun ) : tie , crosstie , sleeper , brace , bracing
  • Synonyms of "string tie "
    ( noun ) : necktie , tie